Algemeen astrant

Gepubliceerd op 21 maart 2018 | door Webloug

0

Wonsdag Woorddag ‘Astrant’ deur Henk Scholte

Astrant

“Derk zat ien gemainteroad en hai was zo ’t rekent Ons Loug zien gewaiten. Ie kennen dei lu wel: overaal veuraan, astranteg as de mieter, loaten heur deur gainain wat zeggen, over aigen geliek is nait te proaten, ’t gaait aaid over ’n anerman zien ongeliek en doar hebben ze ’t den verripte drok mit.”

Uit: Ons Loug door Jan Klompsma, Nieuwsblad van het Noorden 12-09-1987

Astrant(eg) is in t Grunnegers nog wel es te horen en te lezen en betekent: brutaal, onhebbelijk, met andere woorden stront-eigenwijs. Wat men er naar ’t uiterlijk, noch naar de betekenis in herkent is de verwantschap met ’t verzekeringsbedrijf, de assurantie. Assurantie is de vernederlandste vorm van het Franse assurance, in de zin niet van: zekerheid, maar van: vrijmoedigheid. Het bijvoeglijk naamwoord luidt in het Frans assuré. Un menteur assuré is: een brutale leugenaar. Het Nederlands heeft van assurance het woord assurant gemaakt, dat men in de achttiende eeuw telkens aantreft: een assurant gelukzoeker, die vent met zijn assurante bek enz. De u werd hoe langer hoe zwakker uitgesproken en toen de s en de r elkaar steeds meer naderden, werd ter wille van de uitspraak een t ingelast. En zo is ons woord astrant ontstaan.

Bij wijze van toegift een citaat uit: Heer Bommel en de Aamnaak door Marten Toonder:

Joost stapte af en zette zijn motor tegen een boom aan. “Al rijdende ben ik zo astrant geweest eens na te denken,” sprak hij. “En zodoende heb ik mij afgevraagd hoe ik mijn gave het beste kan gebruiken.” “Waarom verdubbel je alleen lapjes van 25 florijnen?” vroeg Tom Poes. “Kan je het niet met grote biljetten doen?” “O ja, dat is geen kunst,” verklaarde Joost, “Maar ik speel geen mooi weer met andermans geld.”

Tags: , , , ,



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

15 − drie =

Terug naar boven ↑
  • Activiteiten