Algemeen Henk Puister 620 column

Gepubliceerd op 8 juni 2018 | door Jan Glas

0

Henk Puister vertelde in Leeuwarden over Krzysztof Groen en Grunneger toal

Van 20 mei tot en met 27 mei stond de Groninger taal en cultuur centraal op ‘Lân Fan Taal’ in Leeuwarden. Lees HIER het weekprogramma. Als onderdeel van zijn optreden met Krzysztof Groen vertelde Henk Puister in Leeuwarden over het Gronings en over zijn samenwerking met Kzysztof Groen. Lees hier zijn tekst:

Dag mensen,

Mijn naam is Henk Puister en ik ben geboren in de gemeente Hoogezand – Sappemeer in de provincie Groningen. Mijn hele leven – en dat is 65 jaren lang – woon ik in Hoogezand. Toen ik net geboren was en weerloos in mijn wiegje lag werden de eerste woorden die ik hoorde in het Gronings dialect, of streektaal, zoals we tegenwoordig meer bewust van eigenwaarde zeggen, gesproken. ‘Och, wat ja n laif potje. Wat n schier lutje jonkie ja. Mor wat kin dat kereltje, zo klaain as e nog is, al stinken. Davve mor veul oardeghaid aan dat kind beleven maggen.’

Het Gronings kreeg ik van huis uit met de paplepel, of zoals we in het Gronings zeggen: ‘mit de brijslaif’ ingegeven. Onze streektaal zit in mijn genen. In een gewone volksbuurt ben ik opgegroeid. Het was in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Iedereen sprak Gronings om me heen. En kwamen er ineens kinderen in onze straat wonen die uit een ander deel van het land afkomstig waren, dan zorgden zij er vliegensvlug voor om zich ons dialect eigen te maken, zodat ze pas echt als ‘onze vriendjes en vriendinnetjes’ werden beschouwd en helemaal in onze kring werden opgenomen. Een kind wil geen eenling zijn, maar één met zijn of haar soortgenootjes.

Hoorde de meester op school ons onderling Gronings praten in de gang of in de klas, dan maakte hij een aanmerking die aan duidelijkheid niets te raden overliet. De meester wilde ons beschaafd opvoeden door ons ervan te doordringen dat we door keurig A.B.N. te spreken toch beslist veel sterker zouden staan in de toekomst die ons wachtte. Ons dialect zette ons bij voorbaat al op achterstand, was hij van mening.

De tijden zijn veranderd. Steeds meer worden de hoger opgeleiden zich ervan bewust dat we trots moeten zijn op de taal van onze eigen streek. Spreken, lezen, schrijven, zingen, toneelspelen enzovoort in het Gronings wordt, met name door hen, aangemoedigd. Maakte het onderwijzend personeel, de dominee, de arts ‘vroeger’ veelal gebruik van de Nederlandse taal, tegenwoordig zijn vooral zij het die zich openlijk bedienen van ons dialect. Het geeft vertrouwen, het verkleint de afstand en zodoende hebben zij er zelf baat bij in hun werk. In het hele land worden cursussen Gronings gegeven en kerkdiensten gehouden in het Gronings. De ontwikkelingen op het gebied van de Groningstalige muziek gaan heel vlug en zijn bijna niet bij te houden, aldus Henk Scholte, streektaaldeskundige – en presentator van het populaire streektaalmuziekprogramma ‘Twij deuntjes veur ain cent’ op RTV –Noord. Conclusie: onze streektoal leeft. Doar komt bie: n toal dij in bewegen is veraandert, mit deur ale invlouden van boetenof. Dit most nait dwangmoateg tegenholden willen, vind ik.

Anderzijds werden de kinderen aan het begin van de jaren zestig niet meer automatisch in het Gronings opgevoed door hun ouders. De verklaring was: ‘Op straat leren ze het Gronings snel. Ik leer mien kind Nederlaands, hur, want hai moet ook ja n beetje vooruit koomn kunn in de wereld en wat wordn en niet als n dompie door t leevm gaan. Welke baas wil hem later dan hebbn. Gainaine toch?’

Een toelichting: naast gedichten, liedjes, verhalen en dergelijke in het Nederlands schrijf- en publiceer ik heel veel in het Gronings. Dit jaar ben ik 35 jaren voltijds bezig met schrijven – en daarnaast lees ik graag voor uit eigen werk. Ben al tientallen jaren vaste medewerker van het streektaalprogramma ‘Toezeboudel’ (dit Gronings woord betekent: ‘warboel’), namens de lokale radiostations van de provincie Groningen. Inmiddels heb ik enkele honderden liedteksten mogen maken voor een hele waslijst van verschillende artiesten.
Door Gerard Lunshof, radioprogrammamaker van ‘Toezeboudel’, kwam ik een paar jaren geleden in aanraking met de piepjonge. Krzysztof Groen. De laatste geniet ondanks zijn jonge leeftijd al wijd en zijd bekendheid met zijn covers van bekende country- en folkartiesten. Hij wordt wel ‘Little Cash’ genoemd, naar zijn muzikaal voorbeeld ‘Johnny Cash’. Een populaire tekstregel van Krzysztof is: ‘In ploats van griepen noar de vlès, vind ik troost in Johnny Cash.’ Vanaf het vorig jaar, 2017, werk ik intensief en met heel veel plezier samen met Krzysztof Groen. Deze jonge man, of ‘jongkerel’ in t Grunnegs, is enthousiast en zeer gedreven. Hij zingt niet alleen mooi en helder verstaanbaar, hij speelt zeer verdienstelijk gitaar en hij componeert de muziek bij de Groningstalige teksten die ik voor hem schrijf. Steeds weer verrast hij mij – en vele anderen, in positieve zin. Hij heeft veel in zijn macht en zijn streven is om altijd zijn eigen zelf te blijven. Hij ontwikkelt zich in razend tempo. In 2017 won hij de derde prijs bij het Gronings Liedjesfestival: t Grunneger Laidjesfestivaal, met de eerste twee nummers die ik voor hem mocht schrijven en waarbij hij zelf de muziek schreef. De titels: ‘Noar de volgende ronde’ en ‘Grunneger jong’. In de laatste tekst vertelt/zingt hij over zijn eigen leven. Belangrijker dan de derde prijs van de jury is dat hij eveneens de Publieksprijs won. Met glans.

Krzysztof is in Polen geboren. Op de leeftijd van vier jaar is hij geadopteerd door vader en moeder Groen in Veendam. Hij noemt ze gewoonweg ‘mien olders’ (mijn ouders) en aan zijn eigen ouders heeft hij geen enkele herinnering, zoals hij van Polen niets weet. Hij is gelukkig met zijn leven hier en leeft zich helemaal uit in zijn muziek. Hij kan zichzelf er volledig in kwijt. ‘Ik ben Krzysztof Groen en daar moet u het maar mee doen,’ is zijn eigen uitspraak.
Toen hij kind was leerden de grootouders van Krzysztof hem Gronings en Kris, taalgevoelig als hij is, pakte het gretig op. Bijna alle kinderen op het schoolplein spraken Nederlands onder elkaar, maar Krzysztof bleef zoveel mogelijk vasthouden aan het Gronings dialect. Een Pools kind dat het liefst Gronings praat en later met hart en ziel Gronings zingt. Dan ben je misschien een vreemde eend in de bijt en heb je zeker obstakels te overwinnen. Mor laiver n vrumde aind in de biet as dien aigen ik kwiet.

In april van dit jaar is de eerste Groningstalige cd van Krzysztof Groen (met tien liedjes waarvan ondergetekende de teksten mocht schrijven): ‘Noar de volgende ronde’ genomineerd voor de Streektaalprijs van Dagblad van het Noorden. Het juryrapport was lovend en veelbelovend.

In oktober 2017 verscheen het boek, voor het grootste deel in het Gronings geschreven: ‘Weerom noar vrouger’ (Terug naar vroeger) van mijn broer Bé Puister en ondergetekende: Henk. Als een rode draad door dit boekwerk lopen de verhalen die mijn vader me vertelde over het leven op het platteland van Groningen toen hij zelf kind was en opgroeide in het ouderlijk huis. We gaan terug naar de periode 1925 – 1945. Ook gaat het over het proces van ouder worden, met alle bijkomende gevolgen. Boven onze verwachting waren alle 450 exemplaren binnen twee maanden uitverkocht. Krzysztof Groen stelde voor een lied te maken met dezelfde titel als het boek draagt. Toen ik aan de tekst begon realiseerde ik me dat mijn vaders vroeger, mijn broers – en mijn vroeger en Krzysztofs vroeger natuurlijk hemelsbreed verschillen, oftewel: mien vrouger is dienent nait en dien vrouger is mienent nait. Krzysztof componeerde zelf de muziek bij de tekst.

Deze tekst voorgelezen in het kader van de Grunneger weke in Taalpaviljoen – Groeneweg 1 te Leeuwarden door Henk Puister op 20 mei 2018
Zang en muziek door Krzysztof Groen

Tags: , , , ,



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

veertien − een =

Terug naar boven ↑