Gedicht van de Week van Jan de Jong

Mishàd

k Vrözzelde heur
onstumeg narende hoaren.
Haisterg, wuivend
ien n glìnne wiend.
Slovve ogen
dij schieterg lagen.
Zeggen genog
ze grient.

Ien n diezege locht
vlugt ze
proekeg snokkend vot.
n Roezeg verrepeld’ervoaren.

Veurbie, vot is t.
Stoefzaik, iezelk stil
wat achterblift.
Stommelg
aan diggels knovveld.

Jan de Jong (Tjamsweer, 1951)
Uit: Dast doe dat ik (Huis vende Groninger Cultuur, 2015)

Tags: , , , ,



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × een =

Terug naar boven ↑
  • Literatuur activiteiten

    Geen nieuwe activiteiten