Algemeen

Gepubliceerd op 11 april 2018 | door Patricia Ottay

0

Wonsdag Woorddag ‘Komòf’ door Henk Scholte

Komòf

“Zai was onnerwegens noar ’t dörpshoes, veur ’n riptietsie van LIS (Leven Is Spelen). As ’t er op aankomt haar zai as boerin lid van TBR (Taal Baart Rijkdom) wezen most — dat is ons rederiekerskoamer. Mor Martje was heur komòf traauw bleven. As maaid was zai bie Luurtsemoa zien jonges op ploats kommen, mit oldste kreeg zai noa ’n zetje wat scharrelderij en doar is zai op ’n duur nog mit traauwd worden.”

Fragment uit: Ons Loug door Jan Klompsma “Toneel”, Nieuwsblad van het Noorden 25-11-1989

Af en toe hoort men het woord komaf gebruiken in de betekenis van afkomst, in het bijzonder met betrekking tot de familie van welke men afstamt.  Vroeger was deze uitdrukking nog rang en stand gebonden. Het komt ook in verschillende streektalen voor. Dialectisch wordt komaf wel gebruikt voor het loskomen, het afraken van iets. In het Gronings kent men ook de betekenis : der is gain komòf aan: men krijgt dat werk haast niet klaar.

Bijschrift afbeelding: Alberda (ook: Alberda van Bloemersma, Alberda van Dijxterhuis, Alberda van Ekenstein, Alberda van Menkema en Alberda van Rensuma) is een Nederlands adellijk geslacht uit de Groninger Ommelanden.

Tags: , , ,



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

16 − 4 =

Terug naar boven ↑